dinsdag 6 februari 2018

Iran: Gezondheidstoestand van politieke gevangenen verslechtert



, 31 januari 2018 19:09

(v.l.n.r. op de foto) Saeid Shirzad en Majid Assadi
De gezondheidstoestand van de politieke gevangenen in  de Iraanse Rajaee-Shahr-gevangenis is verslechterd omdat gevangenisfunctionarissen en de regime-rechtspraak de gevangenen beletten naar gezondheidscentra te gaan. Volgens berichten bevindt de politieke gevangene ‘Majid Assadi’, die een levertumor heeft, zich in kritieke toestand ten gevolge van de ontzegging van de noodzakelijke medische behandelingen.
In de periode daarvóór heeft de familie van Assadi zich herhaaldelijk tot het Openbaar Ministerie gewend met het verzoek de politieke gevangene naar een ziekenhuis te brengen voor een gespecialiseerde behandeling, een verzoek dat nog steeds niet door de regimefunctionarissen is ingewilligd, ondanks het dringende advies van de artsen om Majid Assadi onmiddellijk voor een gespecialiseerde behandeling op te nemen.
En ook Saeid Shirzad heeft intussen geen medische behandeling na zijn langdurige hongerstaking gekregen. Deze politieke gevangene lijdt aan een nierkwaal en heeft problemen met de tussenwervelschijven, en zijn gezondheidstoestand is verslechterd na zijn hongerstaking.
Ennu – na twee maanden van oproepen door de familie van Shirzad – heeft de officier van justitie toegestaan dat de politieke gevangene een fysiotherapeutische behandeling ondergaat, maar de gevangenisfunctionarissen weigeren die nog steeds.
Majid Assadi was enkele maanden geleden tot zes jaar gevangenis veroordeeld wegens daden tegen de nationale veiligheid zoals ‘samenkomsten, samenzwering en verspreiding van propaganda tegen het regime’.
Hij verklaarde enkele weken geleden dat de rechtbank zijn weigering om deel te nemen aan een uitzending van de staatstelevisie als een bewijs aanzag in lijn van de beschuldigingen. Majid Assadi werd in januari 2017 thuis  gearresteerd in Karaj door veiligheidstroepen, waarbij de agenten zijn woning inspecteerden en sommige persoonlijke bezittingen in beslag namen.
Assadi, 34, was al eens eerder gearresteerd voor zijn politieke activiteiten. De voormalige student-activist aan de Teheraanse Allameh Tabatabi Universiteit werd voor de eerste keer gearresteerd in juli 2008 door het Ministerie van Inlichtingen. Drie maanden later werd hij op borgtocht vrijgelaten. In maart 2010 veroordeelde de Kamer 15 van de Revolutionaire Rechtbank, voorgezeten door rechter Salavati, hem tot vier jaar gevangenisstraf op beschuldiging van ‘samenkomst en samenzwering ter beraming van handelingen tegen de nationale veiligheid’. Dit vonnis werd vervolgens ook door het hof van beroep bevestigd, waarop de voormalige student-activist op 5 oktober 2011 naar de afdeling 350 van de beruchte Evin-gevangenis overgebracht werd. Na het uitzitten van die vierjarige straf werd Assadi op 8 juni 2015 uit de gevangenis ontslagen.
Saeid Shirzad en een aantal andere politieke gevangenen hielden vanaf 23 juli 2017 een hongerstaking, die twee maanden zou duren, waarmee ze wilden protesteren tegen de voortdurende druk op hen als gevangenen door functionarissen van de Rajaee-Shahr-gevangenis. Later werd Shirzad afgeranseld en midden september 2017 naar de afdeling 3 van de gevangenis overgebracht.
Shirzad werd voor de eerste keer gearresteerd na het opzetten van een hulpoperatie voor de aardbevingsslachtoffers van Aserbeidjan. Hij werd 19 dagen later op borgtocht vrijgelaten. Op 2 juni  2014 werd Shirzad opnieuw gearresteerd en wel op zijn werkplek in de Tabriz-raffinaderij en naar de Evin-gevangenis overgebracht. Later werd hij verbannen naar de Rajaee-Shahr-gevangenis wegens zijn volharding in de protesten van de gevangenen.
Na 15 maanden van onzekerheid en gevangenzetting werd Shirzad beschuldigd van ‘samenkomsten en samenzwering’ en tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld door Kamer 15 van de Revolutionaire Rechtabnk (rechter was Abolghasem Salavati). Deze straf was verzwaard omdat hij eerder als politieke gevangene tot één jaar voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld was, een vonnis dat nu met de nieuwe straf verrekend werd.
Wat zijn activiteiten betreft: zo was Shirzad betrokken bij hulpoperaties in de aardbevingsgebieden van zowel Bushehr als van Sistan en Baluchestan. Shirzad engageerde zich ook bij het onderwijs aan door de aardbeving getroffen kinderen door opleiding in gezondheidszorg en materiële voorzieningen voor aardbevingsslachtoffers, zoals standaard elektriciteitsvoorziening, correspondentie over Conex-onderkomens, en communicatie met de lijdende kinderen, om voor hen de miserabele toestand draaglijker te maken.

dinsdag 16 januari 2018

Het aantal gedetineerden tijdens de opstand bedraagt minstens 8.000



 11 januari 2018 

Iran opstand 
Oproep tot onmiddellijke actie om de gedetineerden vrij te krijgen en hun families te beschermen
De massale en wijdverbreide arrestaties van jongeren in verschillende steden, die plaatsvonden sinds het begin van de opstand op 28 december, gaan nog  steeds door. Volgens berichten vanuit Iran en zelfs van bronnen binnen het regime zelf, is het aantal gearresteerden tegen het einde van de tweede week van de opstand tot  minstens 8.000 gestegen. De afgelopen dagen zijn meerdere van deze gevangenen gemarteld met folterwerktuigen.
Ondanks pogingen van het regime om het aantal arrestaties te verhullen is het aantal zo hoog dat officiële functionarissen in een aantal steden er niet omheen konden dit tenminste gedeeltelijk toe te geven.
- Een week geleden lag volgens Mahmoud Sadeghi, een parlementslid, het aantal arrestaties op 3.700.
- Op 2 januari verklaarde de vice-gouverneur van Teheran, politiek verantwoordelijk voor de (staats)veiligheid dat 450 mensen in Teheran waren gearresteerd, en dit in slechts 3 dagen (van 28 december tot 1 januari).
- "Op 30 en 31 dec. werden 396 personen in Arak en andere steden van de Centrale Provincie, waaronder 65 teenagers, grarresteerd" verklaarde de openbare aanklager van de Centrale Provincie op 4 januari.
- De vice-gouverneur van Golestan meldde op 3 januari: "Met de arrestatie van ongeveer 150 oproerkraaiers in Gorgan is de rust in de stad teruggekeerd."
- "De afgelopen dagen waren er wat rellen en oproer in Hamedan, waarop meer dan 150 personen gearresteerd werden," aldus de gouverneur van Hamedan op 2 januari.
- Mashhad, de openbare vice-aanklager, verklaarde op 3 januari: “In totaal werden bij ongeregeldheden 138 personen gearresteerd”.
- De commandant van het Provinciale Garde-Corps van Kerman (Sarallah) zei op 2 januari: "Tijdens het recente oproer werden meer dan 80 oproerkraaiers gearresteerd en aan de autoriteiten overgedragen".
-"Bij de illegale bijeenkomsten in Kashan werden 50 tot 60 personen gearresteerd," aldus de openbare aanklager van Kashan op 1 januari.
- Volgens een verklaring van Bahman Taherkhani, een parlementslid uit Takistan, op 2 jan. "Ongeveer 50 personen met kwaadwillende intenties veroorzaakten onrust in deze stad, en ze moeten gestraft worden voor hun vergrijpen". Hij voegde eraan toe: "De aanwezigheid van een aantal personen met een leidende rol bij deze rellen is een teken te meer dat deze ongeregeldheden georganiseerd waren."
- Volgens berichten over de gevangenissen in Ahwaz en andere steden in Khuzestan bedraagt het aantal gearresteerden in de provincie 1.600.
- Het parlementslid uit Izeh zei niet over het exacte aantal gearresteerden te beschikken, maar wist wel dat het meestal teenagers en jongeren van 16 tot 24 jaar waren. Volgens berichten werden er honderden in Izeh gearresteerd.
Het Iraanse Verzet roept alle personen, in het bijzonder de jongeren, op de gearresteerden en hun families te ondersteunen, en de straat op te gaan om de vrijlating van de gevangenen te eisen. Het roept ook de Veiligheidsraad en de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, de Europese Unie en de lidstaten en de Amerikaanse regering, alsmede alle mensenrechtenorganisaties, op om het mullah-regime wegens deze eclatante anti-menselijke misdaden scherp te veroordelen, en effectieve maatregelen te treffen voor de vrijlating van de gearresteerden.
Talrijke berichten uit verschillende steden meldden mishandelingen van gevangenen en in aantal gevallen zelfs martelaarschap, waardoor het erg essentieel en dringend geworden is om door de Hoge Commissaris voor Mensenrechten en de Raad voor Mensenrechten van de Verenigde Naties een onderzoekscommissie te laten oprichten om deze willekeurige arrestaties en in de gevangenissen van het regime gepleegde misdaden te onderzoeken.

Demonstraties en schermutselingen in Teheran en verschillende steden op de twaalfde dag van de opstand



  09 januari 2018 

Iran Opstand 
Maandag, 8 januari, gingen de protesten van de moedige en mondige jeugd in verschillende delen van het land reeds de twaalfde dag van de opstand in.
Protestbijeenkomsten van gearresteerde families, waaronder studenten en gearresteerde Gonabadi-derwisjen, vóór de Evin-gevangenis in Teheran gingen maandag, 8 januari, gewoon door. Die avond gingen de families op de grond zitten om het verkeer van en naar de gevangenis te blokkeren. Na een tijdje schoten repressieve strijdkrachten in de lucht en wierpen traangas om de demonstranten uiteen te drijven.
Om 19u. kwamen honderden mensen samen en demonstreerden in Shelang Abad, Ahvaz.
Diezelfde avond scandeerden op de oeverpromenade in Ahvaz en in het aangrenzende park een groep jongeren slogans als Dood aan Khamenei, dood aan de dictator. In Hassirabad kwamen de mensen in botsing met de agenten van het regime en verdedigden zichzelf tegen hun aanvallen.
Maandagavond trok een grote menigte uit Babol de straten op om bij zonsondergang in de Bagh Ferdows te protesteren.
Ook de bevolking in Mahshahr demonstreerde ’s avonds. Een bus en een regeringsgebouw werden in brand gestoken, als verdediging tegen de aanvallen van de repressieve troepen.
Het basiskamp van de Basij in Mobarakeh (Isfahan) werd door jongeren aangevallen.
In Mashhad werd het volksprotest vóór het centrale belastingkantoor door huurlingen aangevallen. Meerdere bussen met huurlingen kwamen de troepen te hulp.
Maandag sloten goudsmeden in Teheran, Orumieh, Tabriz en Yazd hun winkel uit protest tegen de belastingwoeker van het regime. Agenten in burger dreigden de winkeliers dat zij de winkels zouden openbreken als ze die niet zelf zouden openmaken, en dat ze hen hun licentie zouden afpakken.
In Islamshahr (provincie Teheran) protesteerden arbeiders van de Persian Gulf International Shipping Company al voor de tweede dag tegen het uitblijven van de uitbetaling van hun loon. Ze scandeerden: “de natie is aan de bedelstaf, de mullah handelt alsof hij God  is” en “vandaag is een dag van rouw, het leven van de arbeider werd hem ontnomen”.
Zondag, 7 januari, werden in Valiasr Square, Teheran, de slogans "Dood aan Khamenei" en “dood aan de dictator” gescandeerd.
In Gilan-e-Gharb scandeerden demonstranten: wees niet bang, wees niet bang, wees niet bang, we zijn allemaal bij elkaar, en zochten de confrontatie met de revolutionaire garde die hen aanviel.
In Roodbar scandeerden mensen de slogans "Dood aan Khamenei" en “dood aan de dictator”.
In sommige streken van Kermanshah, meer in het bijzonder in Shahnaz Square, schreeuwden betogers hun haat tegen het klerikale regime uit met de slogan "Dood aan de dictator".